Trainen voor endurance

Hoe je voorbereiding, training en wedstrijden in endurance aanpakt is deels een kwestie van door schade en schande wijs worden. Blindelings kopieëren wat succesvolle topruiters doen heeft weinig zin. Maar al is niet alles in je eigen situatie toepasbaar, je kunt veel leren door goed op te letten bij wedstrijden.
Kijken en vragen is dus het motto. Veel ervaren ruiters doen ook mee aan kortere ritten om wedstrijdritme op te doen en de meesten van hen beantwoorden graag vragen van beginners, want tenslotte is iedereen een keer bij nul begonnen. Een enkele keer biedt de wedstrijdorganisatie zelfs de mogelijkheid om onder begeleiding van een ervaren ruiter mee te doen. Een groot misverstand betreft de hoeveelheid kilometers die je moet maken om aan endurancewedstrijden mee te kunnen doen en een misschien nog wel groter misverstand betreft de snelheid waarmee je traint. Het is bepaald niet zo dat de conditie alleen maar groter wordt naarmate je thuis meer kilometers in hoog tempo afraffelt. Een paard heeft van nature al een enorm uithoudingsvermogen en om een ritje van 30 km in 9 km/u af te kunnen leggen hoef je echt geen ingewikkelde trainingsschema’s te hanteren. Consequent en gevarieerd trainen is belangrijk en natuurlijk zul je een bepaalde hoeveelheid werk moeten verzetten om conditie op te bouwen, maar het is daarbij essentieel het paard blij en werklustig te houden. Het karakter doet er in het begin verder weinig toe, al is een echt lui paard uiteraard niet geschikt voor endurance en een extreem opgewonden standje evenmin. Heb je een hengst dan houd je er rekening mee dat jij degene bent die ervoor zorgt dat anderen geen overlast ondervinden en hetzelfde geldt voor een paard dat soms slaat of bijterig is. Voor allemaal geldt: plezier in het werk, plezier in wedstrijden. Je kunt best een keer veel van je paard vragen in de training of bij een wedstrijd, maar het is minstens even zinvol ook eens iets met hem te doen wat hij leuk vindt of wat hem geen moeite kost. Drie uur alleen maar stappen is ook trainen! Een fit, levenslustig paard is bereid voor je te werken in de wedstrijd. Niet voor niets rijden de meeste topcombinaties ook nog kortere wedstrijden. Het is vaak leuker èn doeltreffender om tussendoor een passende trainingswedstrijd te rijden dan thuis het bekende rondje voor de zoveelste keer af te leggen. Voor trainingsschema’s kun je te kust en te keur op internet terecht; maak vooral niet de fout strak aan een eenmaal gekozen schema vast te houden - aanvoelen van je paard is veel belangrijker. Als hij een dagje niet veel zin heeft of merkbaar anders dan anders is of je een verandering aan de benen voelt (warme of zelfs opgelopen pezen) kun je beter het zekere voor het onzekere nemen en het rustig aan doen. Bij loos alarm ga je de volgende dag verder waar je gebleven was. Denk aan het bekende gezegde over het halve stapje terug, waarna je twee stappen vooruit kunt!